Aan beide kanten van de toren zijn in totaal twaalf gebrandschilderde ramen geplaatst.

De ramen, die een centrale plaats innemen in de kerkzaal, zijn ontworpen en geschilderd door Diego Semprun Nicolas, kunstenaar uit het wereldberoemde glazeniersgeslacht Nicolas.

In de ramen heeft Nicolas gewerkt met thema’s uit de bijbelboeken Genesis, Matteüs en Openbaring.

 

In de linkerramen is de schepping gesymboliseerd, zoals die in de eerste hoofdstukken van Genesis wordt verteld.

In de onderste ramen is de scheiding tussen land en water te zien.

Daarboven komen zoutkristallen terug die bepalend waren voor het ontwerp van de kerk.

In de kristallen is een kruis opgenomen. Hiermee wordt verwezen naar het lijden en sterven van Jezus. Tegelijk verwijst het kruis tussen de zoutkristallen naar Jezus’ uitspraak in de Bergrede: ‘Jullie zijn het zout der aarde’ (Matteüs 5).

Daarboven zijn in ronde vormen de zes scheppingsdagen geschilderd. De zon en de maan worden in felle kleuren in het bovenste gedeelte van de ramen gesymboliseerd.

 

In de rechter bovenramen is de zevende dag, Gods rustdag, zichtbaar.

Daaronder is in kubusachtige vormen het Nieuwe Jeruzalem met haar twaalf poorten gevisualiseerd. Dit Nieuwe Jeruzalem wordt beschreven in het 21e hoofdstuk van het bijbelboek Openbaring.


In de stad is een kruis opgenomen, een verwijzing naar Jezus’ opstanding en Koningschap. Onder het Nieuwe Jeruzalem is een rivier geschilderd, verwijzend naar Openbaring 22: ‘Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het Lam. (…) Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn’.

Ga naar boven