Hengelo heeft al decennia lang een bijzonder relatie met zout. Sinds de jaren dertig wordt er naar zout geboord, dat zich in een 50 meter dikke laag op zo’n 450 meter diepte onder de stad bevindt.

Ook in de bijbel wordt veel over zout gesproken. Jezus roept christenen op om een zoutend zout te zijn: smaakmakend en bederfwerend.

 

Ons kerkgebouw is daarom ontworpen onder het thema zoutend zout. De toren heeft de vorm van een gestileerde en voor Hengelo kenmerkende boortoren (zie kader). Voor de basis van het gebouw is gekozen voor de vorm van zoutkristallen: twee witte kubussen vormen de kern van het gebouw. Ze worden omgeven door ‘een muur van rode aarde’. Uit de muur komen de kerkzaal (10 meter hoog) en de ontmoetingsruimte als kristallen omhoog. De kerkzaal biedt plaats aan bijna 600 mensen. Het gebouw is eind 1999 in gebruik genomen. Het heeft de naam Kristalkerk gekregen, een knipoog naar het thema zoutend zout.

 

Zout

Zout wordt gewonnen door in de zoutlaag putten te slaan waarin een buis wordt neergelaten. In deze buis wordt een tweede, smallere buis aangebracht, die enkele meters dieper in de zoutlaag wordt geboord. Door de ruimte tussen beide buizen wordt water naar beneden gepompt, waarin het zout oplost. De hierdoor gevormde pekel stroomt door de druk van het water via de binnenbuis omhoog. Het omzetten van pekel naar droog zout vindt plaats in een indampingsinstallatie.

 

Boortoren

Begin jaren dertig plaatst de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (de KNZ - het latere Akzo Nobel) de eerste boortorens in Hengelo: een 14 meter hoog houten geraamte, van buiten bekleed met houten planken die ervoor zorgen dat in de toren onder droge omstandigheden bij de boorinstallaties kan worden gewerkt. Van deze kenmerkende torens hebben er in Hengelo ooit 80 gestaan. Nu zijn er nog slechts 7 over. Om de boorapparatuur te beschermen plaatst Akzo Nobel tegenwoordig veel kleinere beschermhuisjes over de apparatuur.

 

Ga naar boven